Tandsteek kiezen: wat betekent TPI en hoeveel tanden heb je nodig?
Wat betekent TPI op een lintzaag? Zo reken je TPI om naar tandsteek in mm, en kies je de tandsteek bij de dikte van je materiaal.
TPI staat voor tanden per inch: het aantal tandpunten op 25,4 mm lintzaag. Hoe hoger het getal, hoe fijner de vertanding. De tandsteek zegt hetzelfde als afstand, in millimeters van tandpunt tot tandpunt. Welke tandsteek je nodig hebt, hangt af van de dikte van wat je zaagt; onze tabel staat hieronder.
Van TPI naar tandsteek in millimeters
Deel 25,4 door het aantal TPI en je hebt de tandsteek. Bij 4 TPI staan de tandpunten 6,4 mm uit elkaar, bij 14 TPI 1,8 mm.
| TPI | Tandsteek |
|---|---|
| 2 | 12,7 mm |
| 3 | 8,5 mm |
| 4 | 6,4 mm |
| 6 | 4,2 mm |
| 8 | 3,2 mm |
| 10 | 2,5 mm |
| 14 | 1,8 mm |
| 18 | 1,4 mm |
| 24 | 1,1 mm |
| 32 | 0,8 mm |
Onze tabel voor hout en kunststof
Bij Koolstofstaal, Hardpoint en Chroomstaal hoort deze tabel. Hij gaat uit van de dikte van het materiaal.
| Dikte van het materiaal | Tandsteek |
|---|---|
| tot 1 mm | 24 TPI |
| 1 tot 2 mm | 18 TPI |
| 2 tot 2,5 mm | 14 TPI |
| 2,5 tot 6 mm | 10 TPI |
| 6 tot 10 mm | 8 TPI |
| 10 tot 18 mm | 6 TPI |
| 18 tot 25 mm | 4 TPI |
| 25 tot 38 mm | 3 TPI |
| 38 tot 50 mm | 2 TPI |
| 50 tot 127 mm | 1,3 TPI |
| 127 mm en dikker | 1,1 TPI |
Grover dan 2 TPI maken we alleen de Ripper, voor het zagen van planken uit boomstammen. In 27 mm breed heeft hij een tandsteek van 19 mm (1,3 TPI), in 32, 35 en 38 mm breed 22 mm (1,15 TPI).
Hoeveel tanden zitten er in het materiaal?
Reken het uit met de dikte maal TPI, gedeeld door 25,4. Een plank van 15 mm met 6 TPI, zoals de tabel aangeeft: 15 × 6 / 25,4 is ruim 3,5 tand. Van 6 tot 50 mm dik komt onze tabel uit op ongeveer twee tot vier en een halve tand tegelijk in het materiaal. Bij dun materiaal lukt dat niet meer, ook niet met 24 TPI; daar geeft de tabel de fijnste tandsteek.
Dezelfde plank met 2 TPI geeft 1,2 tand. Dan is de kans groot dat de tanden haken en de lintzaag gaat schokken. Met 24 TPI zitten er 14 tanden in de plank. Dan kunnen de ruimtes tussen de tanden vollopen met zaagsel voordat ze het werkstuk uit zijn, en wordt de snede warm.
Metaal: een wisselende tandsteek
Bi-metaal lintzagen hebben meestal een wisselende tandsteek, zoals 5/8 of 10/14. De tandafstand varieert dan binnen dat bereik, wat helpt tegen trillen. Bij buis en profiel kijk je naar de wanddikte, bij massief metaal naar de doorsnede. De tabellen daarvoor staan in rvs en staal zagen met een lintzaag.
Te grof of te fijn: waar je het aan merkt
Een te grove tandsteek merk je vaak aan trillen of schokken, en aan randen van dun materiaal die uitbreken. Op dunne buis kunnen tanden afbreken.
Een te fijne tandsteek merk je aan traag zagen en zaagsel dat in de snede blijft hangen. Het materiaal kan warm worden, sommige kunststoffen gaan smelten, en de tanden slijten sneller.
Welke tandsteek is er in welke breedte?
Niet elke tandsteek is in elke breedte te krijgen. Koolstofstaal gaat van 32 TPI, alleen in 6 en 13 mm breed, tot 2 TPI vanaf 20 mm breed. Hardpoint heeft 2 tot 6 TPI, Chroomstaal 2 tot 10 TPI. Bi-metaal M42 heeft 2/3 tot 10/14 TPI, en in 13 mm breed ook 4, 6 en 18 TPI.
De configurator op elke productpagina laat per breedte zien welke tandsteek er is. Hoe je ook lengte, breedte en dikte bepaalt, staat in de juiste lintzaag kiezen, en de keuzehulp helpt je in twee stappen aan de soort.